Al die klootzakken die oorlog voeren met hun zelf voor hun eigen belang, die stuur ik liefde toe. Want dat is het niet? We vechten steeds met elkaar, op grote schaal, op kleine schaal. Soms is ons innerlijke gevecht zo groot dat we andere mensen het leven gaan ontnemen, die stuur ik wat extra liefde op. Anders is het op kleine schaal, in een gezin, tussen broer en zus. Vechten voor energie. Vechten voor energie zodat we onze innerlijke tekorten kunnen opvullen door deeltjes van andere te stelen. Maar waarom kunnen we die niet aan elkaar geven? Waarom geven we niet liefde, zachtheid en warmte aan elkaar? Gewoon, zomaar? Dan komen we allemaal samen en maken we er een gezellig sfeertje van? Dan kunnen we allemaal tot rust komen in wie we zijn en met wat er speelt op het moment. Dan hoeven we niet meer te stelen want vanaf dat er bij iemand een tekort komt, wordt die al direct met liefde opgevuld. Zo kunnen we ook leven. Samen. In dienst voor elkaar, voor onszelf. Dan kan je geven en geven en geven en ontdekken we misschien wel dat er nooit een tekort was geweest, niet in onszelf en niet buiten onszelf? Zie ik je daar? Ik ga alvast, lang genoeg gewacht. Hopelijk tot snel. Ik mis je,… en, ik zie je graag.
…
Come on, come on, come on everybody. What are you waiting for? The ship is sinking and there is the light, there is the way out. And everyone is watching their phone walking heads down, willingly, into their own demise. And at the last possible moment, you stop waiting. You have to go, there is no more time. You realize they’re not coming. At the end you realize you have to leave them behind to save yourself. And that’s what you do. You go, you go into the light, you save yourself, crying, feeling why didn’t they come? Why didn’t they? Why didn’t they come…